MC’s en dj’s zijn als yin en yang, een twee-eiige tweeling die elkaar treffend aanvult, waarbij de ene niet zonder de andere kan. Een goede dj is dan ook goud waard, want hij is de reddingsboei voor de mc, wanneer deze laatste buiten adem raakt of zijn tekst vergeet. Een hiphopshow zonder de man achter de decks is met andere woorden ondenkbaar.
{image}
En toch waagt Sage Francis zich er aan: net als zijn kompaan en voorprogramma B Dolan, staat hij eenzaam en alleen op het podium, louter geruggensteund door een cd-speler (met scratchmogelijkheden). Het is een gedurfde zet om zo op te treden, want nog meer dan anders dient de MC nu het publiek te begeesteren met louter zijn verbale talenten. Wie kort van adem of geheugen is, valt onherroepelijk door de mand. Enkele “yo’s” of “make some noise” zullen niet volstaan.
Alle respect dus voor B Dolan, die al enkele albums heeft uitgebracht op Sage Francis’ eigen label Strange Famous Records, maar hier vooral een nobele onbekende is. De man die naast een verleden in slam poetry ook een opvallende fysieke gelijkenis vertoont met Sage Francis (kloek gebouwd, kaal en met baard), start zonder al te veel woorden vuil te maken met een loeier van een song. De verbaal sterke Dolan heeft opmerkelijk weinig moeite om het publiek mee te krijgen op zijn trip en put daarbij uit songs van zijn beide albums. Naast “Joan Of Arcadia”, door Dolan met een brede grijns aangekondigd als een song over Sarah Palin, komen onder meer “Marvin” (een ode aan Marvin Gaye) en “Fifty Ways To Bleed Your Customer” (op de beat van M.I.A.’s “Paper Planes”) aan bod.
Naast het verbale spervuur is vooral Dolans talent om met zijn publiek te interageren opvallend te noemen. Zonder enige schroom of terughoudendheid bespeelt hij hen, waarbij hij de ironische en sarcastische opmerkingen niet schuwt — onder meer over hoe fantastisch Amerika wel niet is en dat er niet gestaakt maar gewerkt moet worden, onder het motto dat er niets verkeerd is met vijfenzestig jaar voor een hongerloon werken. Het meest is hij echter in zijn element wanneer hij het publiek oproept om te dansen en te roepen en zich daarbij niet genegeerd te voelen door de Fransman naast hem. Wanneer iemand hem toeroept dat hij in België is, reageert hij laconiek met een “I know where the fuck I am”.
Het is kortom geen sinecure voor Sage Francis om zijn compagnon te overklassen. Francis, ditmaal met haar en een getrimde baard, drapeert een vlag van het label als een monnikspij rond zich alvorens van start te gaan. Hoewel hij net een nieuw album uit heeft, grijpt hij met een vroeg in de set geplaatst “Sea Lion” terug naar ouder werk. De verklaring volgt snel, ondanks een te promoten plaat heeft Sage Francis er zin in om een pak ouder werk te spelen. Een recente tour met band (!) doorheen de Verenigde Staten zal daar niet vreemd aan zijn.
Het aantal semiklassiekers volgt elkaar dan ook in snel tempo op. “Waterline”, “Crack Pipes”, “Escape Artist”, “Gunz Yo”, “Makeshift Patriot”… zetten de zaal in vuur en vlam. Niet gespeend van enig gevoel voor humor krijgt “Angel With Broken Wings” de beat van “Broken Wings” (Mister Mister) mee en playbackt Francis zelf het refrein van het origineel na verklaard te hebben dat hij zanglessen genomen heeft. Meer nog dan Dolan voelt hij perfect aan hoe hij het publiek voor zich moet winnen. Zelfs wanneer hij songs brengt zonder beat (de man heeft een verleden als dichter-performer) weet hij er de nodige speldenprikken en knipogen in te smokkelen.
Zo krijgt het nochtans persoonlijke “Hopeless” (over een kapotgelopen relatie) een flard Lady Gaga (“Poker Face”) mee en rukt hij halfweg de set de pruik van het hoofd onder het motto dat vermommingen nergens voor nodig zijn. Nog geen tel later besluit hij vrede te sluiten met een gezette jongen uit het publiek met een ontroerende “you’re big, just like me”. Uiteraard mag het introspectieve “The Best Of Times” de set afsluiten maar voor het publiek is dit duidelijk niet voldoende.
Samen met B Dolan keert de hiphopheld terug om achtereenvolgens enkele songs van hem en B Dolan te brengen. “Heart Failure” wordt aangekondigd met de knipoog dat beide goed in het vlees zitten, “One Breath” biedt Dolan nogmaals een plek in het spotlicht maar het is de bescheiden clubhit “Damage” (uitgebracht onder de groepsnaam Non-Prophets) die een laatste keer het publiek volledig loos laat gaan. Een kleine twee uur lang stond de Orangerie in lichterlaaie; wie zei ook alweer dat hiphop live saai zou zijn?