Arctic Monkeys :: The Car

Toen Arctic Monkeys in 2005 de Mercury Prize wegkaapte voor de neus van onder andere Richard Hawley en z’n bloedmooie album Coles Corner, riep Alex Turner als broekje “Call 999, Richard Hawley’s been robbed!” in zijn bedankingsspeech. De voor Turner zelf steeds toepasselijkere titel van die debuutplaat indachtig — Whatever People Say I Am That’s What I Am Not — ligt z’n songschrijverschap nu helemaal lepeltje met dat van Hawley op The Car.

Met het grote verschil dat Hawley vruchteloos staat te wachten op een nieuwe liefde aan een groezelige cinema, waarna het gekochte boeket rode rozen in de vuilnisbak belandt omdat ze (weer) niet komt opdagen. Twee blokken verder staat Turner mijmerend een sigaret te roken op de stoep voor een van de chicste restaurants van de stad. De kans is echter klein dat zijn tafelgenote ook zijn levensgezellin blijft of wordt. Schouderophalend gaat hij weer naar binnen. Nonchalante besluiteloosheid verstopt achter een onwaarschijnlijke cool is immers het handelsmerk van de personages die Turner in zijn songs laat opdraven.

En waarachter hij zich dus ook verstopt. Het is wellicht geen toeval dat de eerste zin van de plaat “Don’t get emotional, that ain’t like you” luidt, in het bloedmooie “There’d better be a mirrorball” – misschien wel het schoonste nummer dat de Monkeys ooit hebben opgenomen. Turner klonk nog nooit zo breekbaar terwijl hij met een “heavy heart” het uitdovende licht in een relatie bezingt. Weg zijn de poses van AM en Tranquility Base Hotel + Casino. Dit is gracieus, dit is een band die geen afrit meer zal nemen in zijn volwassenheid.

En hopelijk ook een nummer dat de morrende meute wat kan verzoenen met de u-bocht, of noem het gerust hun eigen Kid A-bocht, die de Monkeys na AM hebben genomen. Die galopperende gitaren komen nooit meer terug, bezweert de band. The Car zal in ieder geval minder vervreemdend werken dan de somtijds (onterecht) verguisde voorganger. Daarop verstopte Turner zijn worstelingen met de grote roem en de technologische evolutie die alles anoniemer en gemakzuchtiger maakt achter cryptische lyrics, sciencefictionmetaforen en vooral licht psychedelische jazz en lounge.

Zo’n vaart loopt het nu niet. Op The Car landt de band met zijn koerswijziging weer op aarde. Op ronduit uitstekende songs als “I Ain’t Quite Where I Think I Am” en “Sculptures Of Anything Goes” schurkt de zwoele groove zelfs wat tegen AM aan. Zulke songs zijn een ware speeltuin voor oudgediende producer James Ford, die sierlijke strijkerspartijen over de plaat uitstrooit en daardoor The Car een tijdloze klasse meegeeft. Het bezweert een evolutie die hij Turner eerder al met The Last Shadow Puppets liet doormaken. “Body Paint”, het titelnummer “The Car” en “Mr. Schwarz” zijn pareltjes die bewijzen dat songschrijverij nog steeds een ambacht blijft.

Naast die sierlijke arrangementen zijn het wederom de lyrics van Turner die z’n sokkel in de galerij van beste songschrijvers van deze eeuw doen klaarzetten. De directe breekbaarheid van “There’d Better Be A Mirrorball” diept hij niet meer op, en ergens is dat jammer. Te vaak omhult hij zijn zielenroerselen met brede beeldspraak, wat onnodige afstand creëert. En toch blijft het smullen van prachtzinnen als “Do your time travelling through the tanning booth so you don’t let the sun catch you crying” (in “Body Paint”) of “As that meandering chapter reaches its end and leaves us in a thoughtful little daze, this electric warrior’s motorcade shall burn no more rubber down that boulevard” in “Hello You”. Dit zijn geen lyrics, maar kortverhalen.

En die zijn niet bepaald geschreven om mee te brullen op een festivalweide. Daar past deze plaat hoegenaamd niet, dus dat wordt weer smullen van de teleurgestelde reacties zondag na hun slotakkoord op Werchter. The Car gedijt immers het best in een statige zaal met rode pluche. En zet een uitroepteken achter de status van de Monkeys als veruit een van de beste bands van het moment, maar wederom een vraagteken achter de toekomst. Turner geniet duidelijk van zijn afgedwongen onvoorspelbaarheid. Eén zaak is wel voorspelbaar: een terugkeer naar de Sturm und Drang van de beginjaren komt er dus vanzelfsprekend nooit meer. Of zoals hij zelf schrijft in “Big Ideas”: “I had big ideas, the band was so excited / The kind you’d rather not share over the phone / But now the orchestra’s got us all surrounded / And I cannot for the life of me remember how they go.” Aan grote ideeën is er duidelijk geen gebrek, dat bewijst een grote plaat als The Car.

8.5
V2
Domino

verwant

Rock Werchter 2023 :: Een blije kleuter in een nieuwe speeltuin

Ligt het aan ons? Is Werchter het een beetje...

Arctic Monkeys + The Hives + The Mysterines

In het kader van voorbereidend onderzoek voor Werchter trok...

Albums van het jaar 2022

The Smile :: A Light for Attracting...

Eindejaarslijstje 2022 van Philippe Nuyts

Globaal gezien wint elk jaar tegenwoordig een lelijkheidsprijs. De...

Eindejaarslijst 2022 van Jef De Ridder

Dit was voor mij geen jaar van de gitaar....

aanraders

Sparklehorse :: Bird Machine

We dachten dat het nooit meer zou gebeuren, maar...

The Slow Show :: Subtle Love

Eigenlijk had The Slow Shows daags na verschijnen van...

Goes & Goes :: Nie Gezeverd

Bestaat er zoiets als blues uit Vlaamse klei getrokken?...

Public Service Broadcasting :: This New Noise

Geef J. Willgoose, Esq. een oubollig onderwerp en hij...

Comité Hypnotisé :: Danza del Piri-Piri

Return of the Jedi, The Godfather III, Back to...

recent

Die Antwoord

test

Sparklehorse :: Bird Machine

We dachten dat het nooit meer zou gebeuren, maar...

Nicolas Barral :: Als de fado weerklinkt

De periode Salazar is een donkere bladzijde in de...

Glasvegas :: 30 september 2023, Trix

Brexit of niet, net geen tien jaar na de...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in