Laïs :: ”K3 dat plots een jazzplaat maakt, dat zou ook niet werken”

Lange tijd leek Laïs enkel nog buiten te komen met Kerstmis of als er weer een ronde verjaardag viel te vieren. Vandaag, na het vertrek van stichtend lid Annelies Brosens, staat de folkgroep er echter opnieuw. Jorunn Bauweraerts en Nathalie Delcroix gaan door als duo, mét een nieuwe plaat. De langste nacht laat een folkgroep horen die zijn geluid opentrekt en verder kijkt dan zijn verleden.

enola: Dan toch, na acht jaar nog eens een plaat?

Bauweraerts: “Tien jaar lang hebben we getourd met onze kerkconcerten, de “Midwinter Tales”, maar het idee was al langer aan het rijpen om toch eens nieuw werk te maken. Meer en meer mensen begonnen immers de indruk te hebben dat wij niet meer bestonden en dat begon ons toch wel lichtjes te irriteren.”

Delcroix: “We werden ook niet langer op de radio gedraaid, dus ik begrijp dat idee. Maar het draaide wel. Ons publiek was zo vast, dat we ook zonder media de culturele centra uitverkochten. Een nieuwe plaat was in dat opzicht vooral veel werk, iets dat je opnieuw in gang moet steken. Maar op de duur kregen we daar toch wel zin in. Het voelde zelfs wat als ‘nu of nooit meer’.”

enola: Waren jullie wat te gemakzuchtig geworden?

Bauweraerts: “Misschien wel, maar dat mag soms ook wel. Het idee dat het we toch weer iets moesten maken, was uiteindelijk toch aan het rijpen gegaan, maar toen Annelies stopte, werd het plots belangrijker. De vraag wat nu werd het gemakkelijkste beantwoord met ‘een nieuw album opnemen’.”

Delcroix: “Haar vertrek zorgde voor verwardheid en verdriet, en de beste manier om ons daar uit te halen was om er nog een keer voor te gaan. En toen was er ineens heel veel goesting. Plots was dat terug.”

enola: Er bestond op creatief vlak altijd al een spanning binnen Laïs tussen de drang te experimenteren, en bij het bekende te blijven.

Bauweraerts: “Op dat vlak werd het gemakkelijker, nu er slechts twee meningen waren in plaats van drie. Tegelijk zijn er ook maar twee mensen nu om aan de kar te trekken, dat is dan weer moeilijker. Maar ja, qua smaken en meningen werkt het handiger op deze manier.”

enola: Heeft het einde van Laïs op tafel gelegen toen Annelies stopte?

Bauweraerts: “Misschien één of twee seconden, maar het was snel duidelijk dat wij door wilden doen.”

Delcroix: “Nog één keer proberen, zien hoe ver we komen en of we het nog leuk vinden. En als dat niet zo is, tant pis.”

enola: Hebben jullie overwogen om haar te vervangen door een nieuwe zangeres?

Delcroix: “Dat was geen optie. Wij kennen elkaar al 27 jaar. Om dan iemand aan boord te halen die geen vriendin is, zagen we niet zitten. En het werkt wel met twee, al hebben we met Esther Lybeert bewust een toetseniste en violiste aan boord gehaald die ook kan zingen, en in de refreinen mee voor de meerstemmigheid zorgt. Het is echter niet de bedoeling dat zij de stukken van Annelies voor haar rekening neemt. Die verdelen we onder elkaar of brengen we samen, want met die tweestemmigheid is er veel meer lucht in de zang gekomen. Ik hoor ook van veel mensen dat die twee duidelijke kleuren van Jorunn en mij heel erg interessant werken. Laïs is vanaf nu dus een duo.”

enola: Wie er ook bij zijn gekomen, zijn jullie mannen Bjorn Eriksson en Tomas De Smet, beiden ooit lid van Zita Swoon.

Delcroix: “Dat sprak vanzelf. Het zijn immers topmuzikanten, dus waarom zouden we verder kijken als we hen bij de hand hadden? En we kennen elkaar ook door en door, dus dat werkt heel erg gemakkelijk. Het zorgde er ook voor dat we gewoon thuis in onze studio konden opnemen. Dat was mooi meegenomen, want geld om een studio te huren was er niet. Enkel de drums heeft onze drummer Roel Porriau in zijn eigen studio nog ingespeeld.”

enola: Het werd een soort familieprojectje voor de lockdowns?

Delcroix: “Zoiets. Dan gingen we na de repetities de kinderen van school halen en organiseerden we een barbecue. Soms liepen de kinderen er ook gewoon tussen, wat niet altijd zo handig was, maar het kon niet anders.”

Bauweraerts: “Daarnaast merkten we dat er door bijna twee jaar niet te hebben opgetreden plots véél creatieve inspiratie was; zangdrang.”

enola: Zaten jullie artistiek meteen op hetzelfde spoor?

Bauweraerts: “Best wel. Vooraf hebben we er veel gesprekken gehad over wat we wilden doen.”

Delcroix: “Er zijn heel veel albums die wij samen tof vinden, al zijn er natuurlijk ook dingen die zij misschien leuk of minder leuk vindt, en andersom. Maar we hebben heel veel gemeenschappelijk. En er was natuurlijk ook Laïs, dat altijd een bepaald geluid heeft gehad, en dat we ook wilden behouden.”

enola: Maar het begon wel bij Bjorn en Tomas die muzikale ideeën opnamen waar jullie mee aan de slag konden?

Delcroix: “Klopt. Soms zaten wij daar ook bij. Dan deden we ondertussen de administratie of zo. Met die tapijtjes zijn we vervolgens met zijn tweeën naar Bretagne getrokken – heel romantisch in een klein huisje op een kasteeldomein, om zo te zoeken naar teksten en zanglijnen die er bij pasten. In ’t begin zaten we samen, daarna ontdekten we dat het beter ging om eerst ook alleen te werken. Uiteindelijk hebben we allebei voor zijprojecten dingen solo gedaan en zoals in het begin van Laïs met drieën van nul iets maken, dat was wel héél lang geleden.”

Bauweraerts: “Het was ook wel spannend, want evengoed zouden we daar moeten vaststellen dat we niets vonden bij die muziekjes. Dat kon ook. Schrik? Neen, eerder een gezonde nieuwsgierigheid wat er zou uit voortkomen.”

Delcroix: “Ach, de enige vrees die ik écht had, was dat we het zo hard naar onze zin zouden hebben dat er van werken niets in huis zou komen. Maar we hebben het professioneel aangepakt: werken tot een bepaald uur en dan pas de auto in naar ergens voor een glas cava en een visje.”

enola: Het resultaat is een plaat die een nieuwe muzikale richting laat voelen. Is dit een herdefiniëren van Laïs?

Delcroix: “Dat mag je wel zeggen, al voel ik er toch ook nog altijd het oude Laïs in, meer dan in The Ladies Second Song, ons meer experimenteel album uit 2007. We hebben opnieuw teksten uit oude liedboeken gezocht – alles is dus Nederlandstalig – en het zijn toch ook weer echte folkmelodieën.”

Bauweraerts: “Je kunt het zeker herdefiniëren noemen in de zin dat we gekozen hebben om van bepaalde kantjes afscheid te nemen en andere elementen van Laïs wel te behouden. Het ging er ook om mee te nemen wie we nu muzikaal zijn als personen, want het mocht geen trucje worden.”

Delcroix: “Je kunt terugvallen op dat trucje, op die typische Laïstrekjes. Maar dan verloochenen we onszelf en dat heeft geen zin. Daar zijn we te oud voor.”

enola: Wat is er op dat vlak veranderd?

Delcroix: “Ik denk misschien dat het soms toch meer vertrekt vanuit één iemand, waar de ander pas later bij komt, waardoor het meer vertellen vanuit één standpunt wordt. Vroeger deden we dat niet, waardoor het afstandelijker was. Nu zit in elk nummer persoonlijkheid: het een is meer Jorunn, het ander meer ik.”

Bauweraerts: “Voorheen zongen we in functie van het geheel, nu vertrok alles vanuit hoe Nathalie of ik het zelf wilde zingen.”

Delcroix: “En pas daarna gingen we bijschaven, kijken hoe we het samen zouden brengen. Muzikaal is alles ook wat filmischer geworden, warmer. Psychedelischer? Daar hebben vooral de muzikanten voor gezorgd, maar het is ook wat we zelf fijn vinden. Dat combineert mooi met folk, kijk maar naar Boudewijn de Groot; ook hij werkte veel met psychedelische instrumentatie. We luisteren sowieso ook veel naar die typisch Engelse psychedelische folkgroepen als Pentangle.”

enola: Was die keuze om opnieuw Nederlandstalige teksten uit oude liedboeken te gebruiken een vorm van compromis met het publiek? Het moest nu ook niet té ver afdrijven van wat Laïs is?

Delcroix: “Ja. We hebben te veel fans om er geen rekening mee te houden. Maar ik heb niet het gevoel dat we onszelf daarom verloochend hebben.”

Bauweraerts: “Compromissen maken is gevaarlijk, maar het moest toch een beetje. We hebben wel eens lachend opgemerkt dat we niet helemaal ons goesting mochten doen als we nog wilden dat er nog kinderen en grootouders naar onze concerten kwamen. Dan zouden we alleen nog in de clubzalen terechtkunnen.”

Bauweraerts: “En daar had ik nu ook geen zin in.”

Delcroix: “Ik ook niet. En om eerlijk te zijn had ik het ook gehad met dat experimentele. Ik heb thuis zoveel naar vernieuwende muziek geluisterd, dat ik het niet per se zelf moest maken.”

Bauweraerts: “We hoefden op dat vlak niets te bewijzen, en we vinden het ook een kunst om muziek te maken die best veel mensen kunnen appreciëren en die toch authentiek is. Waar je jezelf toch in kunt tonen.”

Delcroix: “Het is ook fijn om je publiek bij een concert dan toch eventjes mee te nemen in die experimentele wereld en te zien dat ze dat ook aankunnen omdat er een folkmelodie aan voorafgegaan is. Dan kun je wel eventjes zweven, maar het is belangrijk dat je mensen eerst zover krijgt dat ze mee zijn en klaar om verder te kijken dan alleen wat mooie liedjes.”

enola: Jullie waren nog tieners toen Laïs doorbrak. Eigenlijk zitten jullie voortdurend in gevecht met dat jongere zelf dat ooit gedefinieerd heeft waar jullie muzikaal voor stonden.

Bauweraerts: “We waren inderdaad echt extreem jong. Wij waren nog geen volwassenen, moesten nog heel veel evolueren. Dat maakt het wel bijzonder.”

Delcroix: “Ik denk dat dat voor veel groepen een ramp is, die kwestie. Als je op je achtentwintigste doorbreekt, heb je jezelf al wat gevonden. Maar bij ons? Het is alsof K3 plots een jazzplaat zou maken, dat zou niet werken. Dat probleem gaat voor ons ook wel wat op, en dus hebben we voor nummers gekozen die ook voor kinderen werken, want we willen weer iedereen meekrijgen. Zo is het immers altijd geweest en dat willen we ook zo houden. Daar hebben we over gewaakt.”

enola: Zijn kinderen echt zo’n groot deel van jullie publiek?

Delcroix: “Zeker. Veel ouders nemen hun kinderen mee en die zingen bijvoorbeeld maar wat graag mee met “Zeven steken”. Ze kennen al die liedjes, die worden doorgegeven van generatie op generatie.”

Bauweraerts: “Het is soms behoorlijk confronterend dat er na een concert een zestienjarig meisje of soms zelfs een knappe jonge vrouw van eenentwintig komt vertellen dat ze Laïs heet, naar onze groep. Dan voel je je plots héél oud.” (lacht)

Delcroix: “Maar het is natuurlijk ook tof. We hebben al veel geboortekaartjes gekregen van kersverse Laïsjes.”

enola: Warom moest de plaat De langste nacht heten?

Delcroix: “Titels liggen altijd wat moeilijk, maar uiteindelijk vonden we het wel een soort van feestplaat, zelfs al zit er ook veel melancholie in. Vandaar: de langste nacht, een waarin wordt gefeest, maar ook gejankt.”

Bauweraerts: “De nacht draagt iets heel anders in zich dan de dag, heeft veel meer mysterie – donkerte uiteraard, maar ook dromen en sprookjessferen.”

Delcroix: “En feesten en zuipen natuurlijk.”

enola: Ik heb het gevoel dat het wat teksten betreft iets minder duister is dan vroeger?

Delcroix: “Er worden inderdaad minder vrouwen vermoord dan in onze oude songs. Maar een nummer als “Als ik in de lente sterf” is toch niet vrij van donkerte, “Wilder dan wild” is ook wel heftig. En “1 en 1 is 2″ klinkt wel als een telrijmpje, maar gaat stiekem toch over hoe de wereld naar de knoppen gaat en wat drank allemaal met je doet.”

enola: En toch is het muzikaal een speels, vrolijk album. Is het dan ook de bedoeling om volgend jaar veel festivals te doen?

Delcroix: “Daarvoor zit er inderdaad genoeg vrolijkheid in. Er staan wel wat songs op de plaat die we live echt kunnen uitwerken tot feestnummers.”

Bauweraerts: “We hebben nog maar één festival gespeeld, in Noord-Frankrijk, en dat was toch echt wel een feestje.”

Delcroix: “Op festivals halen we de trage nummers er tussenuit en we nemen natuurlijk ook de oude uptemponummers mee. Dan krijg je wel feest. Ook in de cc’s zullen we de klassiekers niet uit de weg gaan. Mensen willen “Zeven steken” horen, “After The Gold Rush”. En natuurlijk “’t Smidje”, dat moet er altijd bij.”

enola: Het nummer dat in Polen een hit is. Als ik het goed heb, zijn jullie net terug van een trip naar daar?

Delcroix: “We hebben “’t Smidje” er drie keer moeten spelen. Het was heel bijzonder om in een land te zijn waar dat nummer zo populair is, zelfs al kennen ze er onze naam nauwelijks. Het nummer staat er bekend als ‘Taniec Belgijski’. We mochten het op televisie playbacken terwijl er jonge mensen stonden te stijldansen. Zelfs de presentatoren dansten mee.”

Bauweraerts: “Ondertussen was er ook een kookshow gaande waar ze af en toe beelden van toonden, en ook die kok was op “’t Smidje” aan het dansen. En toen we buitenkwamen, stond er een massa volk voor een foto.”

enola: Wat schuift dat, een hit in Polen?

Delcroix: “Juist niets.”

Bauweraerts: “Wij moeten dat eigenlijk eens nakijken wat we daar auteursrechtengewijs aan kunnen verdienen, want het wordt veel gedraaid op kermissen en trouwfeesten, en dus vaak niet aangegeven. Neen, er zit voorlopig nog geen Pools kasteeltje in.”

enola: Ik vraag het omdat jullie deze plaat in eigen beheer uitbrengen. Ligt dat zakelijke in jullie?

Delcroix: “Neen.” (lacht)

Bauweraerts: “We krijgen gelukkig wel wat hulp en soms is dat gewoon nodig. Sommige dingen moet je door een advocaat laten doen of door iemand die iets kent van muziekrechten.”

enola: Sowieso is er veel veranderd in die acht jaar dat jullie geen plaat uitbrachten. Spotify bestond nog niet.

Delcroix: “De cd-verkoop is enorm ingezakt. Dat was al langer zo, maar nu is het nog erger. Wij verkopen gelukkig nog veel platen na een concert, maar ik vrees voor de situatie als we een volgende plaat uitbrengen. Er worden ook geen auto’s meer gemaakt met een cd-speler, dat zegt wel iets. Dus ja: wij moeten nu leven van onze concerten.”

enola: Tot slot: is dit nu Laïs 2.0, een nieuwe start?

Bauweraerts: “Dat gevoel heb ik wel.”

enola: Zorgt dat voor extra spanning?

Delcroix: “Nee, dat voel ik niet. Het is uiteindelijk niet zo dat we als zangeres op straat staan als De langste nacht flopt. We kunnen nog alle kanten op, maar het zou natuurlijk fijn zijn als ze aanslaat.”

enola: Stopt het voor Laïs als het niets wordt met deze plaat?

Bauweraerts: “Dat denk ik niet. Nog voor de release hebben we een hele tour op het programma staan, we zijn een vaste waarde geworden. Er hangt voor ons niets meer af van of dit een gouden plaat oplevert of niet. Tegenwoordig maak je gewoon een album om te kunnen gaan spelen.”

Delcroix: “Weet je wat? Als het niets wordt, dan verhuizen we naar Polen waar we vijf keer per dag ”t Smidje’ gaan zingen.”

Laïs staat op 28 september in de AB in Brussel.

Laïs Records
Beeld:
Sanne Delcroix
Eriksson Delcroix

recent

Die Antwoord

test

Sparklehorse :: Bird Machine

We dachten dat het nooit meer zou gebeuren, maar...

Nicolas Barral :: Als de fado weerklinkt

De periode Salazar is een donkere bladzijde in de...

Glasvegas :: 30 september 2023, Trix

Brexit of niet, net geen tien jaar na de...

verwant

Laïs :: De langste nacht

Een en een is twee, en drie en drie...

Los Lobos

Bleven we een beetje op onze honger zitten toen...

Eriksson Delcroix :: Heart Out Of Its Mind

Dat je niet per definitie uit pakweg Kentucky, Tennessee...

Countryfestival bevestigt eerste acts

Op 12 en 13 september vormt het feeërieke domein...

Laïs Lenski :: Laïs Lenski

Met The Ladies’ Second Song nam Laïs twee jaar...
Vorig artikel
Volgend artikel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in