Rock Herk, dag twee :: muzikale Walibi

Slechts een van de twee dagen gunnen we onszelf om in de Herkse velden te duiken voor een dagje gitaar- en ander gebeuk van de bovenste plank. Excuseer, waar precies vind ik de stand met de gratis oordoppen?

Starten doen we nog gemoedelijk met Frankie Traandruppel, de jonge Limburgse band rond Lee Swinnen – voormalig bezieler van Tubelight. Na twee lockdown-EP’s, is het nu dus tijd om eens ons geliefd plankenwerk te betreden. In een toch al halfvolle Club horen we de eerste stapjes van de zonnige lo-fi garagerock die het kwartet brengt. Vuil als het gemiddelde betonnen autohok, maar wel met de poort open. De zon mag op de gezichten schijnen. En al verdenken we zanger-gistarist Lee initieel nog van wat slaperigheid, gezien het warrige gezicht en de kabbelende nasale Kurt Vile-achtige zanglijnen, af en toe bewijst de man het tegendeel met een welgemikte Dave Grohl oerkreet. Deze zeer genietbare opener sluit af met een meezingmomentje bij “The Darkness (comes to town)”.

Maar zoals reeds aangekondigd in de intro wordt de line-up van dit festival ook steeds gekruid met het betere gebeuk. Een schoolvoorbeeld hiervan is Pothamus. De Mechelse band brengt een mix van postrock, sludgemetal en stoner die bij momenten doet denken aan Amenra of Tool. Al van bij de eerste dreun van bassist Michael Lombarts verandert de Main Stage – zonnetje of niet – in een spookhuis. Het trio staat naar elkaar gericht in een open cirkel; ze wekken een oeroude tribale rite op en wij worden uitgenodigd – neen, verplicht – hieraan deel te nemen. Zanger Sam Coussens speelt bijna geknield, zo sterk zijn de onaardse krachten die het trio opwekt. Een half uur krijgen ze, wat ongeveer genoeg tijd is voor een nummer of vier, voornamelijk uit hun debuut Raya. Niet dat dat echt uitmaakt, de songs vloeien sowieso organisch in elkaar over. En dan, zo plots als deze storm opstak, gaat ze ook weer liggen. Ons haar staat al strak naar achteren geblazen, en de vuisten zijn warmgezwaaid. Benieuwd of de man in de Katy Perry-shirt enkele rijen voor ons ook genoten heeft van deze in de schedel gedreunde spijker…

Het is soms hollen geblazen op dit festival, dat zo weinig mogelijk overlap tussen de optredens op de verschillende podia ambieert. We grissen in het voorbijlopen een pintje van de toog en haasten ons naar Still, wederom een recent gevormd Belgisch collectief rond de drummer van het voormalige Madensuyu, Pieterjan Vervondel, en Mirko Banovic, onder andere uit de band van Arno. Elementen uit hun achtergrond weerklinken: strakke drums door een postpunklandschap. Daarover strooit zangeres en toetseniste Prisca, née Agnes Nishimwege, een laagje hoekige elektronica alsook wat gejammer, geprevel en ritmische spoken word. Interessant om deze drie zeer kundige artiesten aan het werk te zien, al missen we soms wel wat het gevoel een song te horen waardoor het geheel wat de uitstraling van een open repetitie krijgt.

En ook nummer vier die we vandaag voor de kiezen krijgen is er eentje uit eigen land: de jonge wolven van Ila, een trio rond singer-songwriter Ilayda Cicek. Deze winnaars van Stubru’s De Nieuwe Lichting 2022 oogstte reeds radiobekendheid met de hit “Leave Me Dry”. Vuile punk a la Wet Leg, al blijkt de groep zeker meer aan te kunnen dan enkel meesurfen op het succes van deze revival. De frontvrouw, innemend ondanks haar geringe gestalte, trakteert ons op dreigende blikken, knarsetanden en gegrom, begeleid door solide drum- en gitaarlijnen waarbij naast voorgenoemde postpunk ook geregeld de betere stoner opduikt. Slechts enkele nummers hebben ze nodig om de grasvlakte te transformeren tot een dorre woestenij waarop het talrijke publiek zich gewillig de voetzooltjes laat verschroeien. Uiteraard, gezien hun jeugdig voorkomen en kleine bezetting is het podium soms wat groot. Naar onze bescheiden mening zou deze zandstorm mogelijks nog beter binnenkomen met een extra bandlid en wat achtergrondzang. Dit balorig half uur wordt afgesloten met de gekende radionummers waarbij vlot de kopjes op en neer gaan. Niet dat dat nog nodig was om het publiek te overtuigen; we waren al verkocht.

Next up, de Canadezen van Crack Clouds. Eerlijk, we kenden ze niet maar als een groep in het festivalboekje omschreven wordt als ‘een mixed media-collectief met wisselende bezetting dat fungeert als een revalidatiecentrum voor multidisciplinaire artiesten’, moeten wij er het fijne van weten. Met zijn zessen komen ze voor de dag en wij zien en horen strakke drums, ijle gitaarlijnen in de stijl van vroege Joy Division of de landgenoten van Preoccupations, wilde synths en zelfs af en toe wat percussie en saxofoon. En hoe klinkt dat dan? Wel… verrassend dansbaar. Een amicaal op en neer hoppende moshpit wordt gevormd halverwege de set en groeit steeds verder aan naar het einde toe. Herk is mee. De ruggengraat van de nummers wordt voorzien door de tandem drums en gitaar van Zach en William Choy, maar het is de totaalperformance die ons hier meezuigt. Niet in het minst dankzij de krachttoer hier uitgehaald door Mohammed Ali Sharar, de bezeten toetsenist en percussionist met uitpuilende ogen en plakkerige draden haar in het gezicht. Het communegevoel is heel sterk aanwezig gedurende deze set annex langgerekte jam waardoor we ons na enige tijd ook deel voelen van het veelkoppig organisme dat Crack Clouds heet. Akkoord, er worden op Rock Herk veel artiesten geprogrammeerd waarbij de meesten slechts een half uurtje krijgen, maar hiervan hadden we toch graag wat meer willen zien.

Een concept dat we altijd fijn gevonden hebben op deze tweedaagse is de Street, het podium op straat. Het publiek staat rondom en vaak ook tussen de groepen, je kan hen het zweet van het voorhoofd vegen. Het geeft de optredens hier een wat underground gevoel. Vandaag passeren we dit anders zo anonieme stukje oer-Vlaamse steenweg om enkele nummers mee te pikken van het Ierse Bicurious. Lekkere postrock met gebalde vuisten zoals And So I Watch You From Afar. Een niet aflatende stroom aan energie spuit alle richtingen uit. Hoekige maatsoorten, mathrock-aandoende riffs die ons doen denken aan Battles, een drummer die bij het laatste nummer het op een wandelen zet met zijn hihat in de hand… meer van dat, heren, op een vuil podium in de buurt, en snel, alsjeblieft! Zoals je ziet is onze passage niet lang genoeg voor een echt uitgebreid verslag, maar deze ervaring wilden we jullie toch niet ontzeggen.

En dan volgt nu de moeilijkste paragraaf van deze editie: het onder woorden proberen brengen van onze ervaring tijdens het concert van het Gentse Shht. Gehuld in strak om het lijf gespannen vleeskleurige onesies met opgetekende organen – ze lijken wel levend gevild – betreedt de bende het hoofpodium. Wacht, waar is de zanger? Juist ja, hij wandelt gezellig tussen het publiek bij de start van het eerste nummer. Even het podium opklimmen, en dan rijst meteen de vraag: wie heeft in godsnaam deze heren hun dwangbuis losgemaakt? Razende drums, gitaar- en pianoriffs die elkaar voorbij hollen, en het gekrijs van de spastisch schokkende zanger James De Graef volgen onopgehouden. Eerder dan een concert zien we hier een totaalspektakel. Een soort circus from hell, op het sonische equivalent van met je blote voeten op een legoblokje stappen.

Naar eigen zeggen ambieert de groep het om luide en slechte muziek te maken. Nou ja, helemaal ontkennen kunnen we dit niet maar je moet het ze wel nageven: het slaat over. Het publiek dendert snel mee op deze stuurloze trein richting de fatale crash. Headbangend, dansend, klauwend: we voelen hetzelfde beklemmende ongemak als de humanoïde verschijningen op het podium. Innemend, maar we zijn ergens blij dat we er na een half uur van bevrijd worden. Tot zover onze ervaring. Ben je met deze beschrijving niet veel? Ga ze vooral zelf zien, je zal het niet licht vergeten. Zo, dan nu weer die dwangbuis aan.

Even wat passages maken langs een van de vele eetstandjes, het kraampje waar je je leeg PMD-flesje in Donald Trump zijn mond moet mikken voor een gratis drankje of de tribune aan de bosrand: de sfeer van een uit de kluiten gewassen scoutsfeest is hier nooit veraf. Na wat genieten van deze extramuzikale geneugten des levens, krijgen we te maken met een nieuwe rage in de festivalzomer van 2022: de annulerende headliner. Is de boosdoener het nog steeds rondwadende coronaspook, plotse onoverwinnelijke vormen van plankenkoorts of een snood plan waar volgens obscure internetfora zeker en vast de Russen achter moeten zitten? Geen idee, maar vandaag is Millionaire het kind van de rekening met een last minute afzegging. Zonde, we hadden serieus uitgekeken naar een van onze meest geliefde Belgische bands. De supersub die van de reservebank gehaald wordt, heet The Sore Losers. Ze kijken het gekregen paard niet in de bek en bestormen het hoofdpodium kinderlijk enthousiast met hun onverwacht geschenk, op de tonen van Shania Twain’s “Man, I Feel Like A Woman”. Gaan de heren er een grote grap van maken?

Neen, zo blijkt. Classic adrenalinebluesrock van de bovenste plank rolt vanaf de eerste seconde onze richting uit. Zanger Jan Straetemans is perfect bij stem en de puzzel bestaande uit de roffelende drums van Alessio DI Turi en boomstammen van baslijnen geleverd door Kevin Maenen past perfect. En daarover, ja hoor, gitaarsolo’s, eindelijk! We hebben er tot een uur of negen op moeten wachten maar ze gaan nog steeds binnen als zoete koek bij het Limburgse publiek. Hofleverancier van deze leren jacket-toonladders is uiteraard publiekslieveling Cedric Maes. Na het stormachtige begin zakt de set een klein halverwege beetje in als de groep voorgenoemde ingrediënten wel erg vaak op dezelfde manier mixt. Gaan we ons vervelen? Geen sprake van; het viertal heeft nog een denderende finale in petto. Na het The Clash aandoende “Dark Ride” uit hun laatste plaat Gracias Senor passeren de meezingnummers uit hun zelfgetitelde debuutplaat onze oren en stembanden: “Silver Seas”, “Juvenile Heart Attack”, “Your Smile”: het kan niet op, smullen geblazen!

In deze roes van rock n roll-blijdschap wordt meteen de volgende herkenbare riff ingezet: “Champagne”. Inderdaad ja, van Millionaire. De grap wordt net lang genoeg aangehouden om de onfortuinlijke afzeggers toch een beetje op stang te jagen. Gewoon wat Limburgse plagerij, waarna onze geliefde Losers nog een laatste keer alle registers opentrekken met “Beyond Repair”. We amuseren ons rot. Na het optreden vragen we ons af of de openingszin van “Silver Seas” profetische woorden van Straetemans aan het adres van Tim Vanhaemel zouden geweest zijn: ‘This is gonna hurt you more, than it’s gonna hurt me’…

Ook vallen in Herk steeds enkele internationale Grote Namen te bewonderen, een rol die vandaag met verve ingevuld wordt door de postrockgoeres van Mogwai. Uit Glasgow, Schotland, zoals gitarist Stuart Braithwaite het op karakteristieke wijze steeds aankondigt bij het begin van de optredens. Na een ellenlange soundcheck – je kan je niet inbeelden op hoeveel manieren je snerpend gitaargeluid kan produceren – worden we een uurtje ondergedompeld in hun immer ruisende universum. En akkoord, de groep staat wel bekend om zijn concerten op geluidsniveaus die je festivalhoedje van de kop blazen, maar vandaag staat de volumeknop wel erg ver in het rood. De dreunende bassen van Dominic Aitchison doen onze broekspijpen en neusvleugels flapperen bij elke noot en de drumslagen van Martin Bulloch voelen aan als een basketbal die tijdens de turnles in onze maag gegooid wordt. Kan dat nog luider? Ja, dat kan, met een kwak synth- en gitaargeweld erover van Barry Burns, die blijkbaar na het garnaalvissen in de Noordzee even vergeten was zijn knaloranje parka uit te trekken.

In deze ruistornado herkennen we zowel recenter werk vanop het album uit 2021, As The Love Continues, bijvoorbeeld “Ritchie Sacramento” en “Drive The Nail” alsook oudere meeknik-klassiekers als “Mogwai Fear Satan” of “White Noise”.  Zoals verwacht een solide set, de groep werkt hun nummers af met de precisie en gedrevenheid van een sluipschutter. Wederom blijven we licht hongerig achter na een uurtje, het mag zeker wat meer zijn als de vertoning van dergelijk hoog niveau is. Maar goed, onze trommelvliezen zijn ons achteraf toch wel dankbaar voor de gegunde rust.

We sluiten ons Herks tripje af met een Belgische band in de categorie ‘stelt live nooit teleur’: dEUS. Wederom met Mauro Pawlowski in de gelederen, die de groep binnen- en buitenwandelt als was het de kruidenier om de hoek. Frontman Tom Barman – de benen deze keer niet gehuld in een kilt zoals bij hun vorige passage op dit podium, maar wel in een toch ook niet snel te vergeten felrode baggy broek – belooft ons nieuw werk in het najaar, maar daarvan is in deze set voorlopig nog niets te merken. Wat dan wel? Een smakelijk bouquet garni aan nummers uit bijna al hun platen. Het gaat van oude reuzen “Fell Off The Floor, Man” en “Instant Street” over de al iets recentere “Bad Timing”, “The Architect” en “Sun Ra” – onze persoonlijke nieuwe favoriet in het arsenaal dEUS-nummers met oneindig aanzwellende outro’s – naar de meest recente, “Quatre Mains”, als opener.

De set voelt soms wat routineus aan waardoor we onze aandacht hier en daar wat meer vestigen op het feit dat we Belgium’s finest al strakker en met meer geestdrift hebben weten spelen. Al zijn er verzachtende omstandigheden bij het lezen van vorige opmerking: het feit dat de meeste nummers al honderden keren afgewerkt zijn, maar zeker ook dat wijzelf ze al zo vaak gezien hebben dat we misschien gewoon wat te veeleisend geworden zijn. Het publiek rondom ons kijkt met een minder kritische bril en zingt volop mee. Wanneer ik me even omdraai om enkele rijen achteruit te gaan – de nog nazindere oren van een uur geleden indachtig – krijg ik meteen de opmerking ‘Niks daarvan, omdraaien en meezingen!’ van de wild dansende man achter mij. Ik blijf prompt staan en brul uit volle borst de rest van de set mee. Want gelijk heeft-ie: omdraaien en meezingen. Dat moet je altijd doen bij groepen van dit kaliber.

Een lange dag vol optredens, zelden langer dan muzikale tapashapjes, komt ten einde terwijl we huiswaarts sloffen op de echo’s van CJ Bolland. Geen fut meer, sorry CJ, maar even voldaan als bij elke vorige visite hier diep in het Herks groen. We werpen onze gelukzalige en ietwat dwaze breedsmoelsmile richting een medefestivalganger die de aftocht blaast, een griezelig precieze lookalike van Mauro Pawlowski. Hij beantwoordt onze smile met de voor de man typische ‘Wie, ik?’ – verbaasde blik. Zou het familie zijn, of is ons zicht vertroebeld door de roes? Wat er ook van zij, Rock Herk is zoals een dagje Walibi voor onze negenjarige zelf: je kijkt er wekenlang naar uit, het stelt nooit teleur waardoor je de hele dag rondstuitert als een overenthousiaste springbal, en erna slaap je als een beer.

aanraders

Glasvegas :: 30 september 2023, Trix

Brexit of niet, net geen tien jaar na de...

Elvis Costello & Steve Nieve

Elvis Costello en Steve Nieve zijn al bijna vijf...

65DaysOfStatic Plays Wild Light :: 22 september 2023, Trix

Ook in een wereld waarin The Rolling Stones blijven...

Billy Bragg

Zo sympathiek dat ie letterlijk alles en iedereen ontwapent....

Misty Fields 2023 :: Een hitmachine van een andere planeet

Vorig jaar staken we er nog een teen in...

verwant

Live /s Live 2023 :: Dire Straits in strandzand

Eerst Zeebrugge, nu Antwerpen. Zou Live /s Live bij...

dEUS

dEUS

dEUS :: How To Replace It

Na elf jaar terug op aarde nedergedaald: dEUS! Op...

dEUS :: “Een plaat van vervangen en transformeren”

Godot kwam niet na het lange wachten, maar de...

recent

Die Antwoord

test

Sparklehorse :: Bird Machine

We dachten dat het nooit meer zou gebeuren, maar...

Nicolas Barral :: Als de fado weerklinkt

De periode Salazar is een donkere bladzijde in de...

Glasvegas :: 30 september 2023, Trix

Brexit of niet, net geen tien jaar na de...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in