De Hongaars-Lets-Frans-Duitse co-productie Natural Light die ook al te zien was op het jongste Film Fest Gent, komt in de Belgische zalen op het moment dat oorlog op het Europese vasteland helaas weer centraal op de agenda staat. De uit Budapest afkomstige regisseur Dénes Nagy maakt dus zijn langspeeldebuut (na een hele reeks documentaires) met een prent die door de actuele omstandigheden ongelukkig genoeg zeer relevant aanvoelt. Nagy won met Natural Light de Zilveren Beer voor de beste regie op het festival van Berlijn 2021, wat in ieder geval te verantwoorden is op basis van de duidelijke vormelijke keuzes die de film maakt.
Een kleine – nodige – historische duiding opent Natural Light en leert ons dat Hongaarse soldaten tussen 1941 en 1944 door het Duitse leger (Hongarije streed mee aan de zijde van de asmogendheden) werden ingezet om te jagen op Russische Partizanen in bezet Sovjetgebied. De film die volgt is vooral een observatie van de verlammende monotonie waarin de soldaten leven en hoe die enkel doorbroken wordt door momenten van brutaal geweld. De film bevat in die benaderingen een paar vage verwijzingen naar Elim Klimov’s Come and See, maar het is duidelijk dat Nagy kiest voor iets totaal anders: complete dedramatisatie. We volgen alles via protagonist Semetka aan de hand van veelvuldige ‘over the shoulder shots’ en zoals hijzelf lijkt ook de camera onverschillig voor leed, dood en pesterijen van de lokale bevolking. Natural Light is weinig geïnteresseerd in drama, des te meer in kleine momenten: blikken, bewegingen, gezichten. Dat is een bewuste beslissing die het contrast tussen routine en confrontatie extra in de verf wil zetten en die tot op zekere hoogte ook vruchten afwerpt, al weigert deze oorlogsfilm om zelfs in de meest intense momenten in te zetten op dramatiek. Alles blijft angstvallig afstandelijk. Dit is dan ook een prent over een langzaam proces van ontmenselijking en een poging om aan de hand van vormtaal dat te proberen overbrengen op de kijker. Die poging is voor een groot deel geslaagd, zelfs al blijft ze hier en daar wat te veel steken in voor de hand liggende situaties en sjablonen en is er aan het eind een wat te nadrukkelijke illustratie van wat vooraf veel subtieler wordt uitgewerkt. De ontmenselijking wordt ook mooi gevat in het van elke emotie ontdane acteerwerk van hoofdrolspeler Ferenc Szabó die als een emotieloze schaduw door de film lijkt te dwalen.
Het ‘natuurlijke licht’ uit de titel spookt op velerlei manieren door de film: het is het verhullende nachtlicht en het pijnlijk onthullende daglicht. Maar evenzeer is het het licht van dodelijke vlammen, het licht dat bizarre momenten van broze schoonheid creëert en het licht dat weerkaatst op helmen, wapens en voorwerpen en een waas van verdere afstomping in zich meedraagt.