Alt-J :: The Dream

Hoewel Alt-J tien jaar geleden met haar debuutalbum An Awesome Wave de Britse Mercury Prize in de wacht sleepte en er ruim 300.000 exemplaren van verkocht, was die hoerastemming zeker niet universeel. Een eenvoudige blik op de Wikipediapagina leert immers dat het album bij recensenten een gemiddelde score van 7/10 haalde, net zoals de in een aantal kringen (waaronder enola) verguisde opvolgers This Is All Yours (2014) en Relaxer (2017). Wie na het debuut afhaakte, zal waarschijnlijk ook The Dream op een schouderophalen onthalen, al is dit meer nog dan bij de vorige twee albums niet terecht.

Alt-J’s vloek en zegen was (en is) dat de band bij zijn debuut al meteen zijn eigenzinnige aanpak en geluid scherp stelde, waardoor de meerwaarde van de songs zelf veel minder in vraag gesteld werd. Doordat de groep op de volgende platen eenzelfde aanpak hanteerde, viel meteen ook op dat het intussen tot een trio herleide kwartet niet die grote vernieuwers waren die sommigen er in zagen. Wie The Dream en bij uitbreiding elk Alt-J-album naar waarde wil schatten, tempert dan ook best de verwachting en investeert in meerdere luisterbeurten. Bij een eerste en oppervlakkige draaibeurt primeert immers het gevoel dat de heren nog steeds teren op hun typische trucjes en foefjes en daarbij ‘stijl boven substantie’ verkiezen, maar dat is slechts een deel van het verhaal.

Eenvoudig is het nochtans niet om dat vooroordeel zomaar opzij te schuiven, want hoewel de eerste single “U&Me” naargelang de interpretatie net een Alt-J in topvorm dan wel een op veilig spelend is, kan niet ontkend worden dat de song een zekere schwung heeft. Natuurlijk klinken de koortjes en veelvuldige “ooh’s” net als de vreemde breaks formulair, maar ze blijven wel werken. Dat drummer Thom Sonny Green voor een aparte percussie-invulling kiest, is daar niet vreemd aan. Hetzelfde kan overigens ook gezegd worden van “Happier When You’re Gone”, dat volgens kwatongen omschreven zal worden als Alt-J die alle velden voor een Alt-J-nummer afvinkt, maar waarvan niemand eigenlijk kan ontkennen dat ze daar ook mee weg geraakt.

Moeilijker is het om positief te blijven bij de tweede single, de folkballade “Get Better”. Die draagt dan wel een mooie boodschap in zich, maar voelt vooral heel zeurderig aan doordat een en ander onnodig lang aansleept. Hoewel zes minuten geen eeuwigheid zijn, voelt het wel zo aan – met dank aan de summiere muzikale invulling en eenvoudige melodie die vooral steunt op Joe Newmans nasale klaagstem, die hier in verschillende (ergerlijke) bochten gewrongen wordt in een mislukte poging de song interessant te houden. Het is een kleine smet, want met “Hard Drive Gold” (de derde single) weet Alt-J opnieuw te charmeren en kiest het trio voor een vrolijke insteek die dankzij een jaren zestig orgeltje, kinderkoor en vooral een opzwepend ritme nooit verveelt.

In de meest recente single “The Actor” wordt dan weer schaamteloos naar de jaren tachtig geknipoogd, wat zich tekstueel vertaalt in een nummer over een beloftevolle aspirant-acteur die ten onder gaat aan een cocaïneverslaving. Echo’s van Gary Numan zijn vooral terug te horen in Gus Unger-Hamiltons keyboards, maar ook de drums en gitaar weten perfect de grens tussen parodie en hommage te bewandelen zonder in een goedkope kloon te vervallen. Een verslaving aan coke staat ook in het episch aandoende openingsnummer “Bane” centraal, zij het dat ditmaal de geneugten van de frisdrank bezongen worden in een nummer dat zich het best laat omschrijven als spacy progrock gespeeld door een band die het muzikaal meesterschap hiervoor ontbeert, maar dat perfect kan camoufleren.

Het mag duidelijk zijn dat Alt-J nog steeds van verschillende muzikale walletjes eet en daarbij alles door elkaar mixt terwijl het tekstueel tussen ernst en luim varieert zonder ooit echt diepe waarheden te verkondigen. Neem nu “Chicago”, dat volgens Newman niet meer is dan een verhaaltje over broer en zus die er samen op uit trekken en ’s avonds spookverhalen vertellen bij het kampvuur. Muzikaal stuitert het echter alle kanten op en ontwikkelt het zich tot een heuse meestamper die gretig uit de electro-/housetrommel plukt en met uitgestreken gezicht diepzinnig zijn onzin verkoopt. Met dat nummer wordt overigens niet alleen de tweede helft van het album afgetrapt, maar lijkt The Dream ook zijn potentieel volledig te ontplooien.

Het daaropvolgende “Philadelphia” weet bijvoorbeeld perfect folkstukken te incorporeren en laat de strijkers en koortjes netjes aansluiten op het artrockgedeelte dat de eerste helft van het nummer domineert. Dat in het bijna zeven minuten durende “Walk A Mile” naar oude bluesrock wordt gehint, is van bij de start duidelijk, maar net zozeer zijn er ook subtiele echo’s van Art Of Noises “Moments In Love” in op te vangen, waardoor het geheel weer zijn unieke Alt-J-stempel krijgt. Het is een hattrick die afgewerkt wordt met “Delta”, dat als een korte gospelsong de perfecte epiloog is voor het zeven minuten durende “Walk A Mile”.

Omdat de groep zich nooit te lang wil laten vastpinnen op een enkele stijl of sfeer wordt daarna met “Losing My Mind” gekozen voor een heel ander gevoel dat zich moeilijker laat omschrijven, maar zich op zijn manier als heel Engels aankondigt en via de nodige ”industrial electrogotiek” en pathos wijst op een gevoel van onbehagen dat zich op het album vaak op de achtergrond verborgen houdt. Het afsluitende “Powders” is dan weer niet onaardig, maar verbleekt enigszins bij het gros van de andere nummers. Muzikaal gebeurt er weinig interessants, terwijl het gesproken tussenstuk evenmin veel bijdraagt. Rekening houdend met de teneur van het album is het echter een ontspannende noot waar Alt-J misschien zelf nog het meest nood aan had.

Unger-Newman zei in het magazine Rolling Stone dat met The Dream een nieuwe levenscyclus lijkt te zijn aangebroken. Het album werd grotendeels tijdens de pandemie geschreven terwijl het trio geen deadline had en zich kon focussen op verschillende ideeën die het de voorbije jaren verzameld had. In hoeverre dat te horen valt op The Dream moet elke luisteraar uiteraard voor zichzelf bepalen. Feit is wel dat Alt-J sinds haar debuut niet meer zo dwingend en bepalend heeft geklonken. Of ze hiermee ook de ‘louter fans van dat album’ terug weet te overtuigen, blijft koffiedik kijken. Hoe dan ook zal wie The Dream enkele luisterbeurten gunt, moeten erkennen dat de plaat bewijst dat het trio uit Leeds nog steeds een eigen stem heeft, die het (her)ontdekken waard is.

8
Atlantic Records
Infectious Music

verwant

Best Kept Secret 2022 :: Minder drank, meer aardrijkskunde

Eindelijk. Geen woord past beter na drie jaar afwachten,...

16x nieuw voor Rock Werchter

Pixies komen naar Rock Werchter 2022. En Queens Of...

21 namen voor Rock Werchter 2021

Een uitzonderlijk Rock Werchter-weekend is voorbij. Waren er niet...

GOODBYE 2017 : Alt-J :: Adeline

Even ogenschijnlijk vernietigend als This Is All Yours (op...

alt-J

aanraders

Sparklehorse :: Bird Machine

We dachten dat het nooit meer zou gebeuren, maar...

The Slow Show :: Subtle Love

Eigenlijk had The Slow Shows daags na verschijnen van...

Goes & Goes :: Nie Gezeverd

Bestaat er zoiets als blues uit Vlaamse klei getrokken?...

Public Service Broadcasting :: This New Noise

Geef J. Willgoose, Esq. een oubollig onderwerp en hij...

Comité Hypnotisé :: Danza del Piri-Piri

Return of the Jedi, The Godfather III, Back to...

recent

Die Antwoord

test

Sparklehorse :: Bird Machine

We dachten dat het nooit meer zou gebeuren, maar...

Nicolas Barral :: Als de fado weerklinkt

De periode Salazar is een donkere bladzijde in de...

Glasvegas :: 30 september 2023, Trix

Brexit of niet, net geen tien jaar na de...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in