Ondanks de ronkende leuze “David Lynch presents” kon Chrysta Bell slechts een derde van de sowieso al intieme Balzaal vullen; door het veelvuldige touren met een plaat die — geheel onterecht — nog altijd geen commerciële potten gebroken heeft, raakt de wil van het publiek stilaan uitgeput. Zoals wel vaker heeft de menigte echter ongelijk, want Bell is door de podiumervaring alsmaar sterker in haar schoenen gaan staan en bracht dankzij het infuus nieuw materiaal nu een volwaardige set die meerdere facetten van haar persoonlijkheid toont.
De set trapte af met een videoportret van Lynch begeleid door zijn “Bird Of Flames”-parlando, waarop de podiumbezetting met “Real Love” meteen een van hun meest typerende samenwerkingen inzette. Ook op de bühne bleef de sfeer kenmerkend enigmatisch: ondanks de minuscule omvang van het videoscherm kweet het zich perfect van zijn taak als enige lichtbron die rechtstreeks op Bell gericht was en aldus vaak enkel haar ogen en contouren voor het publiek zichtbaar maakte. Wanneer de scène meteen erna tijdens een scheurende versie van “Friday Night Fly” — meteen ook een visitekaartje van haar indrukwekkende vocale register — ondergedompeld werd in dieprood licht, kon je niet anders dan aan de gelijkkleurige kamer uit Twin Peaks denken. Toch kwam Bell meer en meer op eigen benen te staan. Haar stem vertoonde een markante grain die op het album nooit op de voorgrond treedt en een extra randje aan de nummers gaf. De stevigere live-instrumentatie en grotere variatie aan genre-invloeden doorbraken het monotone kantje dat op plaat de trip versterkt, maar live wel eens tot eenheidsworst zou kunnen leiden. De momenten waarop ze verderop duidelijk het Lynch-brandmerk droeg, zoals de trippy versie van “This Train”, kwamen zo extra in de verf te staan.
In eerste instantie speelde Bell nog steeds de rol van femme fatale: haar roodgestifte lippen baarden elke klank met een erotische spanning die door subtiele hand- en heupbewegingen doorheen de hele zaal geleidwerd. In de extra zinderende versie van “Swing With Me” was er geen man aanwezig die zich niet gewillig aan haar naaldhakken zou smijten. Geen enkele ziel zal aan de trefzekerheid van deze act twijfelen, hoewel het aanvankelijk opletten geblazen was dat hij haar niet tot een karikatuur maakte. Wanneer ze drie nummers ver haar leren jasje openritste met de woorden “You guys are making me warm”, hoorde je de pornosaxofonen in de verte al klateren.
Gaandeweg toonde ze muzikaal echter meer facetten dan de zwarte weduwe die ze met Lynch creëerde voor This Train.Waar deze op het album altijd met een enigmatische mist omtrokken blijft, durft ze ondertussen haar breekbaarheid wel compleet bloot te leggen, wat een nog beklijvendere versie van “All The Things” opleverde. Bovendien counterde ze haar ultieme vrouwelijkheid hier en daar ook met een ruwere toets, getuige het verhoogde crooner-niveau van “Right Down To You”, of markanter nog het meer rockgerichte nieuwe materiaal.
Met uitzondering van het nogal mager uitgevallen bis “The Truth Is”, bracht Bell een beklijvende set die, ondanks bij momenten routineuze bindteksten, aan de botten bleef kleven. Bovendien toonde hij een zangeres die ook zonder de ruggensteun van haar mentor overeind kan blijven.