Met nasale stem en gitaar als enige attributen was The Tallest Man On Earth gisteren gastheer van een uitverkochte Ancienne Belgique. En met de recente succesvolle passage op Pukkelpop nog vers in het geheugen was het de vraag of Kristian Matsson, ’s werelds grootste Zweed, de positieve lijn in intieme sfeer kon doortrekken.
Matsson, iemand die nooit aan een dylaneske vergelijking zal ontsnappen, roeit met de riemen die hij heeft. U hoeft geen genie te zijn om Dylans invloed terug te vinden in Tallest Man’s composities, it’s all there. Met gitaargetokkel dat klinkt alsof hij meer dan tien vingers heeft en een krakende stem die live verder draagt dan je op plaat zou vermoeden (en net dat tikje minder nasaal dan Nonkel Bob), is Matsson het prototype van de zwervende troubadour. En in zijn zesjarige carrière heeft de singer-songwriter dit succesrecept amper aangepast. Al kleurde recentste cd There’s No Leaving Now net wat meer buiten de lijntjes. Hier en daar kwam er al eens een extra gitaar en drumpartij bovendrijven, wat tot een verrassende en welkome afwisseling leidde.
Live keerde Matsson echter terug naar de essentie. Gewapend met enkel gitaar en grootse gebaren openende een harde elektrische versie van “To Just Grow Away” de show. Minimalisme troef, met maximaal resultaat. Een erg gewillig publiek slikte vanaf de eerste noten Matssons recht-door-zee-aanpak. Ook vroeg weggegeven singles “Love is All” en “1904” werden in groten getale mee gescandeerd. Matssons klasse om eenvoudige luisterliedjes moederziel alleen te vertalen naar het grote podium zorgde voor applaus op alle banken.
Hoewel. Stoorde het dat de songs soms wat op elkaar begonnen te gelijken? Niet echt, want met “I Won’t Be Found” en “The Gardener” hield Matsson de vaart erin. Maar toen hij zich achter de piano zette om titelsong “There’s No Leaving Now” de zaal in te sluizen, zorgde dit voor een aangename variatie. Verrassen deed de Zweed dan weer met een bloedmooie cover van Damien Jurado’s “Museum of Flight”. “Don’t let go/I need you to hang around/I am so broke/And foolishly in love”, bitterzoete tristesse. En hoewel Matsson zelf niet de grootste prater is (zijn bindteksten waren tegelijkertijd kig en ontroerend), raakte de Zweed ook tekstueel de juiste snaar. Een aan de fans opgedragen “Like The Wheel” was met ongekunsteld refrein “Like the wheel that keeps travelers travelling on/ Like the wheel that will take me home” een schot in de roos.
Met een ontelbaar herhaalde “Thanks for listening” luidde Matsson de eindtrilogie van zijn concert in. Zowel elektrisch als akoestisch afwisselend bracht The Tallest Man On Earth met “Where Do My Bluebird Fly”, “King Of Spain” en “Revelation Blues” een welgesmaakte hymne uit elke fase van zijn carrière ten tonele. Dat de man een gitaar kan laten klinken alsof het er twee zijn, blijft een unieke verdienste. Massaal terug geschreeuwd, verplichtte een extatisch publiek Matsson nog een epiloog aan het concert te breien. Met “The Wild Hunt”, uitlopend in een cover van Paul Simon’s “Graceland”, en een breekbare versie van “The Dreamer” was de cirkel helemaal rond.
Geroerd door de vele lofbetuigingen, beloofde Matsson snel terug te komen. En dan zorgt u maar best dat u in de buurt bent. Want anderhalf uur lang soleerde The Tallest Man On Earth de hoogtepunten aan elkaar. Bob Dylan kan op beide oren slapen, zijn Zweedse bastaardzoon zwerft rustig verder.